Verwarm de oven voor op 220 °C en bekleed een bakplaat met bakpapier. Schil de aardappelen, snijd ze in kleine blokjes (ca. 2 cm × 2 cm), verdeel ze over de beklede bakplaat, bestrooi met zout, besprenkel met 1 eetlepel olie en meng alles door elkaar.
Schuif de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak de aardappelen 30–35 minuten op 210–220 °C goudbruin. Schep de aardappelen halverwege de baktijd om zodat ze gelijkmatig bruinen.
Hak terwijl de aardappelen bakken de peterselie en koriander fijn en doe beiden in een grotere kom. Pel de knoflook en pers hem uit.
Verhit vervolgens in een kleine koekenpan 1 eetlepel olie op middelhoog vuur. Zodra de olie heet is, voeg je de chilivlokken, de uitgeperste knoflook en de helft van de gehakte peterselie en koriander toe en bak alles 60–90 seconden op middelhoog vuur totdat het mengsel begint te geuren. Schep het daarna uit de pan in de kom bij de rest van de peterselie en koriander.
Zodra de aardappelen gaar zijn, haal je ze uit de oven en voeg je ze toe aan de kom bij de overige ingrediënten. Voeg tot slot het citroensap toe en meng alles goed door elkaar. Verdeel het aardappelmengsel over 2 borden en serveer.