Neem eerst een grotere kom, doe daarin de speltmeel, gedroogde gist, rietsuiker, 1 theelepel zout, 200 ml lauwwarm water en 50 ml olijfolie en kneed tot een stevig deeg.
Laat het gekneede deeg in de kom, dek de kom af met huishoudfolie, zet op een warme plek en laat het deeg 1 uur rijzen.
Snijd ondertussen de courgette in plakjes van ca. 0,5 cm dik, doe ze in een grotere kom, bestrooi met zout, meng door elkaar en zet de kom 10–15 minuten opzij zodat de courgette door het zout vocht kan loslaten. Verwijder daarna het overtollige vocht van de courgette, voeg de gedroogde rozemarijn toe en meng door elkaar.
Verwarm kort voor het einde van de rijstijd de oven voor op 180–185 °C, bereid een bakplaat (30 cm × 40 cm) voor en bekleed hem met bakpapier.
Stort het gerezen deeg op de beklede bakplaat, verdeel het met uw vingers uit tot een plak van minstens 2 cm dik en leg de plakjes courgette met rozemarijn er bovenop. Schuif de bakplaat dan in de oven en bak 35–40 minuten op 180–185 °C.
Haal de gebakken focaccia uit de oven en laat hem minstens 30 minuten afkoelen op de bakplaat. Snijd hem na het afkoelen in afzonderlijke porties en serveer.