Ingelegde kool met karwijzaad

Voedingswaarden per 1 portie/stuk

  • 22 kcal
  • 1g eiwit
  • 0g koolhydraten
  • 4g vet

Bereidingswijze

Zet een grote kom klaar.

Snijd de kool in vieren, verwijder de stronk en schaaf hem met een mandoline in reepjes (als je geen mandoline hebt, kun je de kool ook met een mes schaven).

Doe de geschaafde kool in de voorbereide kom, voeg het karwijzaad en het zout toe en meng alles goed door elkaar. Laat de gezouten kool nu ongeveer 1,5–2 uur rusten op kamertemperatuur.

Zet na deze tijd een gesteriliseerde pot met schroefdeksel van ongeveer 1,5–2 l klaar en stamp de geruste kool zo stevig mogelijk in tot ongeveer 5 cm onder de rand van de pot – er mogen geen luchtbellen in de pot ontstaan, dus druk de kool goed aan (de kool geeft hierbij vocht af).

Vervolgens moet de kool worden verzwaard, zodat er boven de laag kool minstens 0,5 cm vocht staat; als verzwaring kun je een pot met een kleinere diameter gebruiken die je in de pot met kool plaatst en met water vult, of een uitgekookte steen die je vóór het plaatsen in de pot in huishoudfolie wikkelt.

Zet de zo voorbereide pot met kool op een donkere plek op kamertemperatuur en laat de kool daar minstens 7 dagen fermenteren (de pot hoeft niet afgesloten te worden – de kool wordt geconserveerd door de laag vocht).

Zodra de kool voldoende zuur is, sluit je de pot af met het deksel en zet je hem in de koelkast, waar de ingelegde kool 2–3 maanden houdbaar is.