Klop in een kleine kom de rijstmeel los met ca. 100 ml water. Prak de frambozen fijn met een vork.
Bereid een pan voor, doe er de gepureerde frambozen, rijstmeel met water en 1 eetlepel ahornsiroop in. Verhit de frambozen al roerend 5–6 minuten op middelhoog vuur, voeg dan het citroensap toe en zet de massa opzij om af te koelen.
Bereid het deeg: Meng de speltmeel met kokosolie (niet gesmolten), een snufje zout, de resterende eetlepel ahornsiroop en 1 eidooier. Voor de veganistische variant laat u de eidooier weg en voegt u 2 eetlepels koud water toe. Zet het afgewerkte deeg 30 minuten in de koelkast.
Verwarm ondertussen de oven voor op 165 °C, bereid een bakplaat voor en bekleed deze met bakpapier.
Haal het deeg na de aangegeven tijd uit de koelkast, rol het uit tot een plak van 2–3 mm dikte en steek er met een glaasje rondjes uit. Let op: de veganistische variant van het deeg is erg kruimelig!
Leg op elk rondje (er zijn er ca. 12) 1 theelepel frambozen, vouw het rondje dubbel en druk de randen aan met een vork.
Leg de taartjes op de voorbereide bakplaat en bak ze 20 minuten in de voorverwarmde oven op 165–175 °C.