Verwarm de oven voor op 180 °C.
Bereid het biscuitdeeg. Rasp de wortel en de appels fijn en pers het overtollige sap eruit (je kunt het opdrinken of bewaren in de koelkast voor later). Prak de bananen met een vork fijn en meng ze in een kom met de geraspte wortel en appels.
Mix vervolgens de havervlokken tot een fijn meel en voeg dit toe aan het mengsel in de kom, samen met het cacao, de honing, de kokosolie, het bakpoeder en 120 ml water. Meng alles goed en kneed tot een deeg.
Bereid nu een springvorm (ø 25 cm) voor, bekleed deze met bakpapier en doe het deeg erin. Zet de vorm in de oven en bak 45–50 minuten op 170–180 °C.
Bereid de glazuur terwijl de biscuit bakt: doe de gepelde bananen in een blender, voeg 4 eetlepels cacao toe en mix alles glad.
Controleer aan het einde van de baktijd of de biscuit gaar genoeg is – steek een houten prikker in het midden, trek hem eruit en controleer of hij droog is; als de prikker vochtig is en er deegresten aan kleven, laat de biscuit dan nog even bakken.
Laat de gebakken biscuit afkoelen en bestrijk hem daarna met de bereide glazuur.