Verwarm de oven voor op 180 °C.
Snijd de boter in blokjes, doe in een kom en voeg er het speltmeel, het koude water en een snufje zout aan toe. Kneed het mengsel met de handen totdat alle boter is opgenomen en werk het uit tot een compact deeg waarvan een bal gemaakt kan worden. Als het deeg te slap is, bestrooi het dan met wat extra meel – als het juist kruimelt, voeg er dan een beetje water aan toe.
Wikkel de bal die u van het deeg vormt in vershoudfolie en laat 10 minuten in de koelkast rusten.
Bereid ondertussen de vulling. Snijd de aardbeien in plakjes en meng ze in een kom met het maïszetmeel en het citroensap.
Haal het deeg uit de koelkast, kneed het met de handen, verdeel het in 3 gelijke delen en rol elk deel uit tot een kleine cirkel van ongeveer 3–4 mm dik. De cirkels
hoeven niet bijzonder regelmatig te zijn en het is helemaal niet erg als de randen hier en daar scheuren.
Leg de aardbeienvulling in het midden van elke cirkel en laat daarbij circa 1,5–2 cm vrij aan de randen. Vouw het overgebleven deeg aan de randen naar het midden toe.
Leg alle 3 galettes vervolgens op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 25 minuten in de oven op 170–180 °C.